NFP Vlaanderen

Onlinecursus

Deze online-cursus is slechts een eerste inleiding in de zelfwaarneming, een volledige cursus is bij gebrek aan ruimte niet mogelijk. Daarvoor heb je de leidraad nodig die je via je boekhandel kunt verkrijgen of rechtstreeks bij ons kunt bestellen. De hier opgenomen cursus dient alleen om je lichaam te leren kennen en kan dus niet als betrouwbare geboorteregelingsmethode worden gebruikt. Het beste volg je gewoon een NFP-consultatiereeks.

Wanneer je het verloop van je ochtendtemperatuur in een cyclus volgt, stel je vast, dat er twee temperatuurniveaus zijn. Vóór de eisprong, in de eerste cyclusfase, is de temperatuur iets lager. Rond de eisprong stijgt ze met tenminste 0,2°C en blijft ze hoog tot aan het einde van de cyclus.

Meetwijze

  • Meet onmiddellijk na het wakker worden, maar vóór het opstaan
  • Meet in de leerfase liefst dagelijks (na tenminsteéén uur slaap)
  • Een normale kwikthermometer volstaat
  • Steeds dezelfde thermometer
  • Steeds dezelfde meetwijze: in de mond, in de anus of in de schede; nooit onder de arm!
  • Noteer je temperatuur onmiddellijk op de cycluskaart

Meetduur

  • In de anus (rectaal) ongeveer 3 minuten
  • In de mond (oraal) ongeveer 3 minuten (onder de tong, tegen de tongwortel)
  • In de schede (vaginaal) ongeveer 3 minuten

Mogelijke storingsfactoren

  • Andere thermometer
  • Fouten of veranderingen in de meetwijze
  • Verschillende meettijden
  • Verandering van omgeving (reis, klimaat)
  • Stress en psychische belasting, opwinding
  • Ongewoon alcoholgebruik Laat eten 's avonds
  • Ongewoon laat gaan slapen
  • Te korte of gestoorde nachtrust
  • Ploegendienst
  • Ziekte
  • Je slecht voelen
  • Bepaalde medicatie

Hoe lees en noteer je de temperatuur? Je noteert de temperatuurwaarden met een stip in de curve. De lijntjes op de cycluskaart komen overeen met de graden van de thermometer. Wanneer de kwikzuil op een streepje staat, noteer je de stip op het lijntje (in het midden). Staat de kwikzuil tussen twee streepjes, dan noteer je de stip in het midden van het vakje.

Je verbindt de temperatuurstippen dag na dag met mekaar. Boven de temperatuur noteer je in de rij "meettijd" het uur van de meting. Mogelijke storingen en bijzonderheden schrijf je in de bovenste rij. In de leerfase (eerste 2 à 3 cycli) meet je dagelijks om het individuele temperatuurniveau van lage en hoge fase en je persoonlijke reacties op mogelijke storingen te leren kennen.

De eerste dag van de bloeding (menstruatie, regels) begin je de cycluskaart. Dit is de eerste cyclusdag. De datum van deze dag noteer je in de datumrij onder cyclusdag 1.
Onder deze rij noteer je de bloeding. Haar sterkte duid je met streepjes van verschillende lengte aan. Spotting geef je door enkele puntjes aan. Alle bloedingen in de loop van een cyclus noteer je.
Sommige vrouwen hebben al vóór het begin van de eigenlijke menstruatie al wat bloedverlies (spotting). Deze dagen horen nog bij de vorige cyclus. De nieuwe cyclus begint pas op de dag dat de bloeding normaal begint (wanneer je maandverband moet gebruiken).

Waarschijnlijk merk je af en toe iets als "vloed" in de schede. Het gaat hier om cervixslijm, wat in verband staat met je vruchtbaarheid. Tegen het einde van je menstruatie begin je met de waarneming van het cervixslijm. Daarbij let je erop, wat je aan de schede-ingang ervaart en voelt en hoe het slijm er uitziet.

Waarnemingen

Overdag let je op wat je aan de schede-ingang ervaart. Wanneer je naar toilet gaat, kijk je met je vinger of het toiletpapier aan de schede-ingang of er uiterlijk slijm aanwezig is of niet. Het uitzicht van het slijm beoordeel je naar de rekbaarheid. De dagelijkse waarnemingen noteer je 's avonds op de cycluskaart, en wel steeds alleen de beste slijmkwaliteit die je in de loop van de dag hebt waargenomen.

Op de cycluskaart is telkens een vakje voorzien voor ervaren/voelen en een voor het uiterlijk. Zelfs wanneer je slechts één keer op de dag heel weinig slijm hebt waargenomen, noteer je dit.

Ter vereenvoudiging van de interpretatie later, vat je de beschrijvingen van een dag in een afkorting samen op de 37°C-lijn.

Daarop noteer je alle waarnemingen
De cycluskaart is als een dagboek. Daarin noteer je alle waarnemingen die met het vruchtbaarheidsgebeuren in verband staan, alsook factoren die dit kunnen beïnvloeden.
De wegwijzer in de cycluskaart is de smalle rij "cyclusdag", die noteringen tot 40 dagen mogelijk maakt.